Hoe een kangoeroe twee luipaarden vangt

Daar rijdt hij. In zijn gele trui. Stralend, pratend met andere renners, grapjes makend. ‘Hoe vangt een kangoeroe twee luipaarden?’, vraagt commentator Herbert Dijkstra, om vervolgens zelf het antwoord te geven: ‘zo dus.’ Want zo wint Australiër Cadel Evans de Tour de France van 2011 en laat de Luxemburgse broertjes Andy en Fränk Schleck achter zich.

Sinds de Tour van vorig jaar ben ik voor Cadel Evans. Hij wordt vaak naar beneden gepraat. Hij is onzeker, een beetje mensenschuw, heeft een rare hoge stem. Als renner is hij saai, neemt geen initiatief, is een wielplakker. En onder druk bezwijkt hij. Analist en oud-renner Maarten Ducrot noemt hem altijd ‘die gekke Evans’, alhoewel dat dit jaar steeds liefkozender werd uitgesproken, want ook Ducrot liet zich winnen voor de fietsende kangoeroe.

Evans is ook niet het soort renner waar ik normaal voor warmloop. Ik was altijd groot fan van Marco Pantani, van Richard Virenque, tegenwoordig van Alberto Contador. De klimmers, de berggeitjes, waarvan je niet begrijpt waar ze de kracht vandaan halen om zo hard een berg op te rijden. En dan Evans. Die heeft geen benen, maar poten. Hij rijdt niet elegant naar boven, danst niet zoals Contador, maar klimt zoals dat heet op de macht. Of zoals Ducrot het omschreef: ‘pikhouweel in de hand en rammen maar’.

Dat was tijdens de rit naar de Galibier, toen Andy Schleck een fantastische aanval deed, ruim zestig kilometer voor de streep. De achtervolgers keken naar elkaar. Of eigenlijk keken ze allemaal naar Evans. Hij moest iets doen. Daar was de druk. Dan gaat Evans denken. Lang denken. Maar net als je denkt dat hij te lang denkt gaat hij op de pedalen staan en knalt in de laatste klim twee minuten van Schlecks voorsprong af.

En dat vind ik nu juist zo mooi aan Evans. Die strijd die zo zichtbaar is bij hem. Het voelen dat je iets moet doen, maar het moeilijk vinden om het initiatief te nemen. Je ziet hem geconfronteerd worden met de druk, je ziet hem zoeken naar een uitweg, naar de knop in zichzelf die hij moet omzetten. Een aantal jaren geleden zou hij dan inderdaad bezwijken onder die druk, maar sinds hij het WK won is hij een andere renner geworden. De strijd is dezelfde, maar hij weet nu de knop te vinden. Het is zoeken, om zich heen kijken, naar zichzelf kijken en dan het licht zien. En als hij het licht ziet gaan alle remmen los.

Twee dagen later is de tijdrit. Andy Schleck start in het geel met 57 seconden voorsprong op Evans. Tijdens de rit wordt in beeld met een GPS tijdmeting getoond hoeveel het verschil is tussen Schleck en Evans. Al snel loopt de laatste in op de eerste. Seconde voor seconde hipt de kangoeroe dichterbij. En dan is er ergens halverwege dat moment dat als bij toverslag de namen verwisselen. Evans staat boven. En hij krijgt een geel truitje achter zijn naam. Virtueel in het geel rijden heet dat. En vanaf dan springt de kangoeroe steeds verder weg, buiten het bereik van alles en iedereen.

Zondag. De laatste etappe. Etalagerijden naar Parijs. De renners rijden in een slakkengangetje, feliciteren de winnaars, de winnaars drinken champagne. De broertjes Schleck komen naast Cadel Evans rijden. Flankeren hem. Twee luipaarden met in hun midden die verdomde kangoeroe. De grootste les van deze Tour: onderschat de kangoeroe nooit.

Advertenties

One thought on “Hoe een kangoeroe twee luipaarden vangt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s