Tomboy

‘Hé, kijk, een jongen met een jurk!’. Een zomer, ik was nog klein, mijn haar was kortgeknipt en ik droeg een jurk. Schrik, schaamte. Twijfel? Bij het zien van de film Tomboy, van Céline Sciamma, denk ik terug aan die seconden. Nee, twijfel was het niet. Want getwijfeld heb ik niet. Ik was dan wel nooit een meisje-meisje; ik klom bomen, speelde op de kleuterschool net zo lief met blokken als met poppen en mijn favoriete personage in De Vijf van Enid Blyton was George, die eigenlijk Georgina heet. Maar ik heb nooit een jongen willen zijn. En wil Laure, die zich in een lome zomer in een Frans dorp voordoet als Michael, echt een jongen zijn? Ik denk van niet. Dit is geen film over geboren zijn in een verkeerd lichaam. Of misschien ook wel, maar zo heb ik het niet geïnterpreteerd. Voor mij is het een film over nieuwsgierigheid van zowel Laure als de filmmaakster naar de geldende conventies rond jongens en meisjes.

Laure (op de voorgrond) als Michael

Filosofe Judith Butler beschouwt gender als performatief. Daarmee bedoelt zij dat gender zich manifesteert in een constant herhalen van handelingen. Zo concreet als een jongen die met blokken speelt en een meisje dat een jurk draagt. Deze performatieve handelingen zijn vaak niet bewust en zijn daarnaast onderhevig aan het heersend discours. Ofwel, de heersende conventies rondom het jongen- of meisje-zijn. Er blijft altijd ruimte (agency) om van die conventies af te wijken. Een deel van Butler’s opvattingen zijn inmiddels door de tijd ingehaald. Zo schrijft hersenonderzoeker Dick Swaab in zijn boek Wij zijn ons brein: ‘de preferentie voor speelgoed is ons […] niet opgedrongen door de maatschappij, maar is in ons brein geprogrammeerd om ons op onze latere rol in de maatschappij voor te bereiden, zoals op het moederschap bij het meisje, en op vechten en meer technische taken bij het jongetje’.

Maar wat Butler wel scherp heeft gezien is dat de scheiding tussen jongens en meisjes geen absolute is. Ze spreekt dan ook van een core gender, waarmee ze wil aangeven dat we zelden honderd procent meisje of honderd procent jongen zijn, als zoiets al bestaat. Laure, in Tomboy, overschrijdt de gendergrens, om deze als zodanig af te tasten. Voetballen met ontbloot bovenlijf, elkaar uitdagen met een spelletje. Nergens wordt gesuggereerd dat hier een diepe identiteitscrisis achter schuil gaat. Hiermee gaat de film meer over het diffuse karakter van de grenzen, of op z’n minst over de overtuiging dat de grens tussen de seksen niet absoluut is.

Afgelopen zomer was Marc-Marie Huijbregts te gast in Zomergasten. Hij vertelde dat hij lange tijd androgyn was. Hij voelde zich niet een jongen die een meisje wilde zijn; hij wilde gewoon niet kiezen. Met Butler in het achterhoofd is dat niet willen kiezen helemaal niet zo vreemd. Het kan best dat je, om het simplistisch uit te drukken, maar 60 procent jongen bent en 40 procent meisje.

Een week later is Dick Swaab te gast. Ook dan komt het gesprek op gender wanneer hij een fragment toont uit Dr. Money and the boy with no penis. De documentaire gaat over een jongetje waar bij de geboorte door een misgelopen ingreep de penis is verwijderd. Onder psychologische begeleiding van professor Money wordt het kind vervolgens opgevoed als meisje. Aanvankelijk lijkt dat goed te gaan, waarbij professor Money geen mogelijkheid onbenut laat zich op de borst te kloppen en te verkondigen dat hij heeft bewezen dat geslacht niet biologisch is, maar een kwestie van opvoeding. Maar de jongen zonder penis besluit later toch weer als man door het leven te gaan, trouwt en krijgt kinderen. Eind goed, al goed wordt het niet. In 2004 pleegt hij zelfmoord. Het verhaal toont dat we de wijze waarop gender zich manifesteert wel kunnen manipuleren, maar dat of en in hoeverre iemand zich jongen en meisje voelt (de genderidentiteit), iets is wat al vastligt.

Maar ook dit voorbeeld toont dat gender geen kwestie is van twee hokjes die ergens ver uiteen liggen en dat gender misschien nog het beste voor te stellen is als een lijn, waar aan de ene kant Pamela Anderson staat en aan de andere kant Sylvester Stallone, of voor mijn part aan de ene kant Barbie en de andere Ken. Overal op die lijn kun je je bevinden, dus ook ergens rond het midden. Laure zit in het midden en het kwartje kan nog elke kant opvallen. Ik zat vroeger ook wat naar het midden, maar ben intussen een stukje opgeschoven richting Barbie. Zoals Marc-Marie Huijbregts uiteindelijk toch nog is opgeschoven naar Ken. Want zo kan het lopen. Ook als je vroeger rondliep met lang haar en tegelijk je snor liet staan. En er op straat naar je geroepen werd: ‘hé, kijk, een meisje met een snor!’

Tomboy (Céline Sciamma, 2011)
Gender Trouble (Judith Butler, 1990)
Dr. Money and the boy with no penis (BBC, 2004)
Wij zijn ons brein (Dick Swaab, 2010)
Zomergasten (VPRO, 2011)

Advertenties

One thought on “Tomboy

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s