Filmjaar 2011

Mijn persoonlijke, dus totaal incomplete, filmoverzicht van 2011

Het was een goed filmjaar. Ik durf zelfs te zeggen: een uitmuntend filmjaar. Meestal is er in een jaar één film die er boven uitstijgt. Voor mij was dat vorig jaar The road van John Hillcoat. Dit jaar waren het er drie: The tree of life van Terrence Malick, Melancholia van Lars von Trier en A Torinói Ló van Béla Tarr. En die vormden nog maar het topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

A Torinói ló van Béla Tarr

Het was overigens ook het jaar dat ik voor het eerst in mijn leven alleen in een bioscoop heb gezeten. Een dondermiddag, bij Small town murder songs van Ed Gass-Donnelly, en ik vond het eigenlijk wel ideaal. Ik heb namelijk een hekel aan drukke bioscopen en überhaupt tolereer ik andere bioscoopbezoekers eigenlijk alleen als ze stil zijn. Ik ben zo iemand die boze blikken gaat werpen naar mensen die het wagen iets te fluisteren in het oor van hun buurman, of gaan zitten roeren in hun kopje thee.

Maar soms kun je al die medebezoekers ook gewoon vergeten. Dat had ik bijvoorbeeld bij Schlafkrankheit, de door de Duitser Ulrich Köhler geregisseerde, grotendeels Franstalige gesproken film met Nederlands acteur Pierre Bokma. Aanvankelijk was er wat onvermijdelijke ergernis om de te laat binnenkomende mensen (wat mij betreft ook in bioscopen na aanvang geen toegang), maar de film kende een soort vreemde intensiteit die me bekroop zonder dat ik het doorhad en nog lang bleef doorspoken. Mede dankzij de met afstand meest doorwrochte filmrol top op heden van Bokma.

Schlafkrankheit van Ulrich Köhler

De film waar ik het meest naar uitkeek was zonder meer de nieuwe Terrence Malick: The tree of life. De kluizenaar die in veertig jaar in totaal vijf films maakte en wiens laatste film, The new World, alweer dateerde uit 2005. Maar het was het wachten waard. De cinemapoëzie van Malick is iets waar je van moet houden; het is in zijn soort onovertroffen. Een film als een spirituele ervaring, zonder te gaan zweven. Overigens is mijn voornemen voor 2012 om eindelijk de enige film van Malick te kijken die ik nog niet heb gezien, Days of heaven, iets waar mijn Richard Gere-allergie me tot nog toe van heeft weerhouden.

Nog twee films die ik gerust meesterwerken durf te noemen hadden toevallig allebei het einde der tijden als onderwerp: Melancholia van Lars von Trier en A Torinói ló van Béla Tarr. Dat is ook meteen de enige overeenkomst, want tegengestelder zou de benadering nauwelijks kunnen zijn. Het visuele geweld van Von Trier staat haaks op de ultieme desolaatheid van Tarr. Van die laatste zal het overigens de laatste film zijn. Von Trier daarentegen is naar verluidt druk bezig met een pornofilm, maar al bij voorbaat lijkt de meesterprovocateur zich in te dekken met de concessie dat in de bioscopen slechts een softe versie te zien zal zijn, toch een beetje krom van de man die ons ook Antichrist voorschotelde.

Pina van Wim Wenders

Er waren dit jaar ook een aantal herkansingen waar ik zeer gelukkig mee was. Winter’s bone bijvoorbeeld, van Debra Granik, maar ook oudere films als Suzy Q van Martin Koolhoven (door rechtenkwesties nooit op televisie of in de bioscoop) en David Lynch’ meesterwerk Eraserhead. En ik heb weer twee Stanley Kubrick titels aan mijn lijstje toe kunnen voegen: Barry Lyndon en The Shining. Kubrick is min of meer waar mijn filmliefde is begonnen en zo een eerste liefde verroest nooit.

Sterke documentaires waren er ook, met als uitschieter het indringende Armadillo van Janus Metz Pedersen, over Deense soldaten in Afghanistan. En er was de 3D-documentaire Pina van Wim Wenders, een prachtige ode aan danseres en choreografe Pina Bausch, met sprookjesachtige muziek van Jun Miyake. Overigens zag ik de film in dezelfde week als Schlafkrankheit en ik kan zeggen dat mijn kijk op nijlpaarden voorgoed is veranderd.

Als ik zo mijn lijstje bekijk heb ik erg weinig animatiefilms gezien, eigenlijk maar twee, maar die waren dan wel meteen allebei zeer goed. Het ontroerende Mary and Max van Adam Elliot en het uitzinnige The monster of Nix van Rosto met een heerlijk kraaiende Tom Waits.

Rabat van Victor Ponten en Jim Taihuttu

Ook spaarzaam zijn de Nederlandse films. Maar er was er wel een die er met kop en schouders bovenuitstak en dat was Rabat van Victor Ponten en Jim Taihuttu. Een hartverwarmende roadmovie over drie Marokkaanse vrienden die naar Rabat rijden om een taxi af te leveren. Wat de film boven zichzelf doet uitstijgen is dat het niet zomaar over vriendschap gaat; de film ademt vriendschap, is eruit ontstaan en dat is overal te voelen. En Nasrdin Dchar was wat mij betreft de enige onbetwistbare Gouden Kalfwinnaar dit jaar.

En dan was er op de valreep nog de nieuwe film van Tomas Alfredson: Tinker tailor soldier spy. Alfredson brak internationaal door met Låt den rätte komma in en was voor mij vanaf dat moment de nummer één regisseur om in de gaten te houden. Het talent wat uit die film sprak was ongehoord en met zijn eerste Engelstalige film weet hij dat hoge niveau vast te houden. Een heerlijke spionagethriller zoals ze eigenlijk niet meer gemaakt worden. Met een decor als een natte jas, acteurs in smetteloze maatpakken, en een plot als een honingraat.

Tinker tailor soldier spy van Tomas Alfredson

Wat misschien het meest opvalt is hoeveel ontzettend sterke films ik nu niet heb besproken. Wat te denken van Submarine van Richard Ayoade, qua art direction misschien wel een van de beste films van het afgelopen jaar, samen dan met The Artist, Michel Hazanivicius’ ode aan de stomme film. En wat te denken van Biuitiful, de heftige maar afgewogen film van Alejandro González Iñárritu, met een ijzersterke Javier Bardem? En wat te denken van Jane Eyre? Of The King’s speech? En dan zijn er nog de ontelbare films die ik überhaupt niet heb gezien en waar vast ook nog genoeg juweeltjes tussen zitten.

Zoals ik al begon te zeggen: het was een uitmuntend filmjaar.

En dan het onvermijdelijke lijstje, mijn favoriete films van 2011:
1. A Torinói Ló (The Turin horse)
2. The tree of life
3. Melancholia
4. Schlafkrankheit
5. Tinker tailor soldier spy
En dan stiekem nog een nummer zes, omdat het de beste Nederlandse film was:
6. Rabat

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s