De illusionisten

Vielfalt van Jakop Ahlbom (foto: Stephan van Hesteren)

Alsof we ruim een eeuw terug in de tijd zijn gezet. Terug naar het einde van de 19e eeuw waarin illusionisme welig tierde. Toen er nog geen televisieprogramma’s bestonden die ons de goocheltrucs uitlegden, maar de mensen zich er nog vrijmoedig door lieten betoveren. Jakop Ahlbom speelde Vielfalt voor het eerst in 2006 en hernam de voorstelling in 2011 nadat een grote zaal project, hij zou Dracula ensceneren, niet van de grond wilde komen. Vielfalt begint met een dicht doek en een man die voor het doek staat en goochelt met balletjes. Ik zit op rij één. Ik kijk naar de handen van de man. Ik kijk naar de balletjes die vermenigvuldigen en weer verdwijnen en ik snap er niets van. Het doet me denken aan vroeger, toen we thuis wel eens op televisie naar shows van David Copperfield keken. Ondanks het immense verschil in omvang van de trucs geeft het me precies datzelfde gevoel als toen. Hoe kon het? Het kon níet. Maar waarom zagen mijn ogen iets anders dan mijn verstand mij vertelde?

Er is ook een stroming in de filosofie die zich illusionisten noemt. Aanhangers van het illusionisme geloven dat de gehele materiële wereld illusie is. Het is een soort extreem verlengde van de filosofie van Immanuel Kant. Die stelde dat we nooit de wereld buiten onszelf zien. Datgene wat het mogelijk maakt voor ons om waar te nemen, betekent ook de beperkingen van wat we waarnemen. Dat geldt enerzijds voor bijvoorbeeld onze ogen. De fysiologie van onze ogen maakt het mogelijk dat we zien, maar bepaalt ook hoe we het zien en in hoeverre we kunnen zien. Denk bijvoorbeeld aan hoe wij ’s nachts de dingen zien en hoe een hond ze ziet. Onze ogen verschillen van die van een hond en dus zien we verschillend. Wat niet betekent dat waar we naar kijken verandert wanneer er een mens of een hond naar kijkt. Maar evenzeer geldt dit voor bepaalde concepten waarmee we naar de wereld kijken en die dingen zichtbaar maken. Zoals causaliteit. We ‘zien’ dat het waait omdat we een vlag zien wapperen. En vlaggen wapperen omdat er wind staat. We kunnen de wind zelf niet zien, maar zien door de causale wet dat de vlag wappert als het waait toch dat er wind is. Echter, iemand die geen weet heeft van causaliteit ziet geen wind. De kern van de filosofie van Kant is dat hij niet de objectieve buitenwereld tot centrum van de kennis maakt, maar het subject dat de wereld waarneemt, het kennend subject.

Volgens de Van Dale is illusie een ‘denkbeeld waarvan men meent dat het aan de werkelijkheid beantwoordt’. Maar we weten nooit of wat we zien aan de werkelijkheid beantwoordt, dus is alles wat we zien een denkbeeld, een illusie. Kant heeft ons geleerd dat als ik buiten een boom zie staan ik hoogstens kan menen dat die boom er in werkelijkheid ook staat. De crux is dan ook dat we in de taal een onderscheid maken tussen zien en denken te zien terwijl dat onderscheid in feite niet bestaat. Zien is altijd een hersenproces. Iets waar we op worden gewezen als onze hersenen een ‘foutje’ maken. Bijvoorbeeld: je ziet een papieren zak aan voor een vogel. Dat is een foutje van je hersenen. Ze vertalen de informatie die binnenkomt verkeerd en signaleren een vogel. Direct daarna wordt het hersteld en ‘zie’ je dat het geen vogel is maar een papieren zak. Betekent dat dan dat je de vogel niet zag? Betekent dat dan dat er een verschil is tussen het zien van de vogel en het zien van de papieren zak?

Elk zien is denken te zien. Wanneer we ons daarvan bewust zijn is de stap naar illusionisme en goochelen ook minder groot. Want illusionisten manipuleren niet onze ogen, maar onze hersenen, waardoor we iets zien wat er niet is. Iets denken te zien. Balletjes zien verdwijnen en vermenigvuldigen uit het niets is in feite precies hetzelfde als naar buiten kijken en een boom zien aan de overkant van de weg. Dat kan een beangstigend besef zijn en daarom maken we graag toch een onderscheid. Om in elk geval de, daar is hij weer, illusie te creëren dat we nog ergens grip op een werkelijkheid buiten onszelf hebben. Maar feit is dat we die grip nooit echt hebben. En dat misschien de enige manier om door het leven te gaan is, als de toeschouwers van de illusionisten in de 19e eeuw: laat je naar hartelust betoveren en geef de illusie een staande ovatie.

Vielfalt (Jakop Ahlbom, 2006/hernomen 2011)

Van 19 t/m 22 januari 2012 wordt Ahlboms eersteling, Stella Maris hernomen in Theater Bellevue. Klik hier voor meer info.
In maart 2012 staat de première gepland van zijn nieuwe voorstelling, Lebensraum, geïnspireerd door de films van Buster Keaton. Meer informatie: www.jakopahlbom.nl

Advertenties

One thought on “De illusionisten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s