De orde en de chaos

Schemerlanden
Concept, spel, regie: Roeland Fernhout
7 november 2011, Stadsschouwburg Amsterdam

‘Een kaalgeslagen avond’. Dat stond Roeland Fernhout voor ogen met zijn voorstelling Schemerlanden, waarvoor hij concept, regie en spel op zich nam. De voorstelling is een bewerking van een novelle van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee, een van zijn favoriete schrijvers, dat hebben we dan vast gemeen. Het werk van Coetzee is hard, confronterend, zijn mensbeeld lijkt bezeten van geweld en destructie. Zijn hoofdpersonages trachten vaak een orde te vinden of te creëren, maar worden daarbij altijd gedwarsboomd door een alles overwoekerende chaos. Een vernietiging van buitenaf, maar vaak genoeg ook van binnenuit. Met als gelijke deler dat de orde het altijd verliest van de chaos.

Roeland Fernhout (persfoto Schemerlanden)

Dusklands was in 1974 het eerste boek van Coetzee en bestaat uit twee novellen. De eerste daarvan, Het Vietnamproject vormde de basis voor de voorstelling van Fernhout. De novelle gaat over Eugene Dawn, die voor de Amerikanen werkt aan een project om de oorlog te winnen met propaganda. De novelle vangt aan als Dawn een rapport opmaakt van het project. Het essay is een analytische brij van onnavolgbare vakjargon. Maar het duurt niet langen voor er scheuren ontstaan waar doorheen privégebeurtenissen beginnen te sijpelen. En langzaam stevent Dawn af op een onvermijdelijk gewelddadige omslag.

De wijze waarop Roeland Fernhout het hoofdpersonage Eugene Dawn speelt, is even bewonderenswaardig als kloppend. Hij heeft zichzelf een ontzettend restrictieve speelstijl opgelegd. Met een overdreven articulatie wordt elk woord uitgesproken, waarmee de taal een onnatuurlijke ordelijkheid krijgt. Alles wat hij zegt klinkt geforceerd gecontroleerd en dat is precies wat Coetzee over zijn personage, en wellicht ook wel de mens, te zeggen heeft. We hebben allemaal een geweld in ons dat we in een quarantaine van omgangsvormen, moreel en taal hebben weggestopt.

Die restricties maken Schemerlanden inderdaad tot een kaalgeslagen ervaring, die echter naar mijn mening nog wel verder doorgevoerd had mogen worden. De projecties lijken, zoals wel vaker bij Toneelgroep Amsterdam, uit een idee voort te komen dat het anders misschien te saai wordt. Maar in feite leiden ze enkel af. Fernhout kan met zijn spel en gesteund door de werkelijk overweldigend mooie taal van Coetzee gemakkelijk de voorstelling dragen. Want wat mij betreft weet hij wel degelijk een essentiële kern van het werk van Coetzee neer te zetten.

J.M. Coetzee

Waar Coetzee vooral in geïnteresseerd lijkt is namelijk die quarantaine en de wijze waarop deze afbrokkelt, meer dan de factoren die daartoe leiden, en dat is ook wat Fernhout tot voornaamst uitgangspunt maakt. Eugene Dawn is een zelfobservant. Hij analyseert zichzelf minutieus, zoals wanneer hij beschrijft hoe zijn tenen zich krullen of hoe hij op belangrijke moment over zijn gezicht strijkt. ‘Ik erger me aan de ongedisciplineerdheid van mijn lichaam’, zegt hij. Ook wanneer het monster de quarataine ontsnapt en Eugene Dawn zijn eigen zoon neersteekt, blijft Fernhout hem spelen met diezelfde ingehouden controle: ‘ik zit achter Martin en glimlach over zijn schouder om te tonen dat alles in orde is, hoewel ik er achteraf bezien niet zeker van ben of ik wel de juiste glimlach gebruik, of er niet te veel tand in zit en of dat teveel aan tand niet te erg blikkert in het licht’. Wanneer hij vervolgens hardhandig wordt gearresteerd blijkt zelfs de pijn een constatering. ‘Nu begint iemand mij echt pijn te doen. Wonderlijk’.

Daar blijkt de meesterzet van de voorstelling, maar zeker ook van Coetzee. Door in feite de stutten van de quarantaine overeind te houden terwijl de inhoud er dwars doorheen breekt, toont de voorstelling dat de quarantaine niet functioneert. Geen beschermend fort is, maar een luchtkasteel. Dat is een confronterende boodschap, want het maakt de destructie tot een fundamenteler onderdeel van ons zijn dan de ordening waarop we onze maatschappij, ons bestaan zelfs, hebben gebouwd.

In zijn boek Met alle geweld wijdt filosoof Hans Achterhuis een hoofdstuk aan Wachten op de barbaren van Coetzee. Voor hem is het meest verontrustende aspect aan het boek de vraag of die barbaren nu eigenlijk wel echt bestaan. Vervolgens bespreekt hij de vraag, maar niet expliciet de verontrusting die het bij hem teweeg brengt. Toch ken ik de verontrusting en met Schemerlanden weet Roeland Fernhout hem nieuw leven in te blazen. Ik besef dat ik krampachtig iets probeer te analyseren wat ik niet in de ogen kan en misschien durf te kijken. En terwijl ik het doe bekruipt me het gevoel dat ik ergens door een monstertje in quarantaine wordt uitgelachen om mijn stuntelige poging hem te vangen. Zoals de magistraat in Wachten op de barbaren zegt: ‘Ik denk: er staart me de hele tijd iets in het gezicht en toch zie ik het niet’.

Roeland Fernhout speelde Schemerlanden exclusief in een studio van de Stadsschouwburg Amsterdam van 7 t/m 9 november 2011.

Schemerlanden – J.M. Coetzee
Wachten op de barbaren – J.M. Coetzee
Met alle geweld – Hans Achterhuis

Advertenties

One thought on “De orde en de chaos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s