Over Fred Teeven, de wet en beschaving

Er was de afgelopen week een hoop ophef rond uitspraken van Fred Teeven, staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, in de Telegraaf. Hij stelde: ‘het is treurig dat er iemand dood is gegaan, maar dat is wel een inbrekersrisico’. Teeven deed zijn uitspraken naar aanleiding van een inbraak in Diessen waar, naar het nu lijkt, een van de inbrekers overleed na een worsteling met de bewoners. De ophef over zijn uitspraken zou niet zo groot hoeven zijn. Er is eigenlijk maar een reactie die er echt toe deed en dat was die van de Raad voor de Rechtspraak die terecht opmerkte dat politici geen uitspraken moeten doen over de schuldvraag in een lopende strafzaak. Basta. Maar toch is er wel wat meer aan de hand. Want de opmerkingen van Teeven komen niet uit de lucht vallen. Er gaan steeds vaker stemmen op dat bij een inbraak geweld tegen de inbrekers per definitie geoorloofd zou moeten zijn en de PVV werkt al tijden aan een initiatiefwetsvoorstel in dezen. Dat de VVD ook in die richting schuift is niet eens totaal onwaarschijnlijk als je bedenkt dat de partij ons ook 130 km/u op de snelweg bracht; meer doden, meer chaos en je bent geen minuut sneller thuis, maar de kiezer roept er zo hard om. Daarom toch nog wat extra kanttekeningen.

De chronische zelfoverschatting

In augustus kwam de landelijke politiedienst KLPD met de uitkomsten van een onderzoek waaruit bleek dat je de minste kans hebt gewond te raken bij een overval als je ofwel vlucht ofwel je niet verzet. ‘Wij moedigen voorzorgsmaatregelen […] aan, maar als het toch tot een overval komt is je gezondheid belangrijker dan je spullen’, zei landelijk overvalcoördinator Jos van der Stap. Ondanks dat zijn adviezen dus waren gebaseerd op uitgebreid onderzoek kon hij op weinig bijval rekenen. Uitgerekend Fred Teeven zei: ‘woordvoerders moeten even goed nadenken voordat ze dit soort dingen de ether in slingeren’. Ook verscheen er een artikel van Michael van der Galiën op de rechtse website De Dagelijkse Standaard. Een artikel dat werkelijk overliep van de zelfoverschatting en dat is meteen een essentieel gegeven. Van der Galiën schreef onder meer het volgende (spelfouten zijn overgenomen):
‘Dames en heren, als iemand inbreekt in mijn huis, is iedere soort geweld van mijn kant ‘proportioneel’. Als de dief in spe niet elkaar geslagen wil worden door een boze vent met een honkbalknuppel, moet hij mijn huis niet ongevraagd betreden.’

Nu lijdt de mens aan chronische zelfoverschatting en dat is helemaal niet erg. Het is namelijk een vorm van zelfbescherming. Als we ons constant bewust zouden zijn van onze weerloosheid zouden we misschien niet eens meer de straat op durven. Maar die zelfoverschatting moeten we niet gaan proberen te rationaliseren naar beleid. Zelf ben ik er van overtuigd dat ik bij een inbraak de televisie zou pakken en naar de inbrekers zou smijten terwijl ik heus wel weet dat ik (vrouw, klein en tenger, alleenwonend) die televisie nooit boven m’n hoofd getild krijg en voordat ik daaraan zou denken überhaupt waarschijnlijk allang zeven kleuren schijtend onder de tafel zou zitten. Die dingen, de zelfoverschatting van het veilige moment en de realiteit van een echte overval, lopen mijlenver uiteen. Dat is het enige dat zeker is. Precies om die reden is het ook zo lastig er strafrechtelijk iets over vast te leggen. Op dit punt lijkt het me dan ook goed eens te kijken hoe de wetgeving nu is en wat de gevolgen zouden zijn van een eventuele wijziging.

De wet

Op dit moment is het zo dat in Nederland de overheid een geweldsmonopolie heeft, wat betekent dat alleen door de overheid gerechtigden (het leger, de politie) geweld mogen gebruiken. Maar we hebben wel strafuitsluitselgronden, namelijk noodweer en noodweer exces. Wanneer inbreuk wordt gedaan op iemands persoonlijke veiligheid mag hij of zij zich desnoods met geweld verweren. Je hebt dus niet het recht om geweld te gebruiken, maar gebruik je geweld tegen een overvaller en kun je aantonen dat dit uit zelfverdediging was en proportioneel, dan wordt je niet bestraft. De kritiek die Teeven nu uit, en daarin vallen ook andere partijen hem in verschillende mate bij, is dat het slachtoffer van de inbraak of overval in beginsel dus wel als verdachte wordt aangemerkt wanneer hij of zij geweld gebruikt tegen de belager. Pas als je aannemelijk maakt dat het noodweer was geldt de strafuitsluiting. Dat je als verdachte wordt aangemerkt is natuurlijk niet vreemd. Je hebt immers de wet overtreden. Dat je tegelijk slachtoffer bent, van een inbraak, sluit niet uit dat je ook dader bent. Belangrijk om hierbij op te merken is overigens dat het nu al zo is dat deze verdachten vaak niet worden gearresteerd. Zelfs in de zaak rond Diessen, waar een dode viel, werden de inwoners van het huis niet gearresteerd.

De vraag is wat je krijgt als je het justitieel anders oplost. En zo komen we onvermijdelijk bij de kasteeldoctrine die in de Verenigde Staten geldt en die inhoudt dat je het recht hebt je huis met geweld te verdedigen. Je wordt dus in principe niet vervolgd als je een overvaller geweld aan doet, behalve als kan worden bewezen dat het gebruikte geweld disproportioneel, ofwel niet louter uit zelfverdediging, was. Inmiddels gelden ook in veel staten de Stand Your Ground-wetten, die het recht om jezelf met geweld te verdedigen uitbreiden naar de publieke ruimte. De wettekst daarvan luidt: ‘a person “has no duty to retreat and has the right to stand his or her ground and meet force with force, including deadly force if he or she reasonable believes it is necessary to do so to prevent death or great bodily harm”’ (Washington Post).

De implicaties van een wetswijziging

In het geval van de kasteeldoctrine en Stand Your Ground-wetten ligt de bewijslast bij de overvaller. Dit is in meerdere opzichten misschien wel ongewenst. Gevoelsmatig lijkt het wellicht logisch dat de inbreker maar moet bewijzen dat het geweld van de bewoners disproportioneel was, maar in de praktijk is dat nog verdraaid gecompliceerd en is de kans op een slippery slope gevaarlijk aanwezig. Om dit te illustreren een extreem voorbeeld: de zaak rond burgerwacht George Zimmerman die in de nacht van 26 februari Trayvon Martin doodschoot. Hij werd in eerste instantie niet vervolgd omdat hij claimde dat Martin zich verdacht had gedragen en hij zich bedreigd had gevoeld door de ongewapende 17-jarige jongen. Die ongewapende 17-jarige jongen was echter dood en kon dus nooit bewijzen of hij zich al dan niet verdacht had gedragen. Na veel maatschappelijke druk werd Zimmerman alsnog vervolgd. Een dergelijke zaak zal in Nederland niet snel op deze manier spelen, maar het uitgangspunt dat de dode de bewijslast moet leveren kan ook gelden bij een inbraak en is dan minstens zo problematisch.

In zijn column in het NRC Handelsblad merkte Bas Heijne terecht op dat we veel te makkelijk een absolute scheiding maken tussen daders en slachtoffers. Bij een inbraak zijn de inbrekers per definitie dader en de bewoners per definitie slachtoffer, lijkt de consensus, maar als je die scheiding verabsoluteert kunnen de bewoners dus nooit dader worden. Zoals Heijne schrijft: ‘want dat is de ondertoon van de zaak-Diessen: zelfs als er geen sprake was van louter zelfverdediging, hoeven we geen medelijden te hebben met het slachtoffer, die ook dood dader blijft. En alle begrip voor de daders in Diessen, die zuiver slachtoffer zijn’. Wat Heijne beschrijft is heel essentieel. Hij schrijft terecht dat in het geval van Diessen de slachtoffers van de inbraak tegelijk dader van geweldpleging zijn. Als we dat niet vinden, zagen we aan een fundamenteel uitgangspunt van onze beschaving. Zoals het strafrecht nu is ingericht zeggen we als maatschappij dat we geweld niet tolereren, maar in bepaalde gevallen mensen die geweld hebben gepleegd niet vervolgen als ze kunnen aantonen dat het een situatie van noodweer was. Zou je de wet veranderen dan zeg je dat bij een inbraak geweld geoorloofd is en dat je er in principe geen verantwoording voor hoeft af te leggen. En persoonlijk vind ik het idee dat je een ander geweld aan kunt doen of zelfs doden zonder er verantwoording voor af te leggen (wat dus niet per definitie ook een straf uitzitten betekent) ronduit onacceptabel.

Wat me tot slot ergert aan de uitspraken van Teeven is dat het, iets wat ik eerder ook al indirect aanhaalde, stoere mannenpraat is waaruit maar weinig inzicht in de realiteit blijkt. Niet enkel omdat hij de fundamenten van de beschaving en de rechtspraak niet lijkt te begrijpen, of omdat hij de concepten van dader en slachtoffer verabsoluteert, ook omdat hij compleet voorbijgaat aan de implicaties van het een ander geweld aandoen. In de Washington Post verscheen een aantal maanden geleden een artikel waarin de Stand Your Ground wetten werden besproken aan de hand van onder meer dit waargebeurde incident. Billy Kuch, een jongen met bipolaire stoornis, was op een feest waar hij na een paar drankjes bedacht dat hij niet in overmoed naar huis moest gaan rijden later op de avond. Hij verliet het feestje om zijn autosleutels in de auto op te sluiten. Toen hij wilde terugkeren wist hij niet meer in welk huis het feest was en belde per ongeluk bij het verkeerde huis aan. Een man, Gregory Stewart, opende de deur en maande hem weg te gaan. Kuch draaide zich om, sms’te zijn zus, om vervolgens weer naar hetzelfde verkeerde huis te lopen. Weer joeg Stewart hem weg, ditmaal met zijn geweer bij de hand. De jongen dacht dat er een grapje met hem werd uitgehaald. Hij deed een paar stappen in de richting van Stewart, vroeg om een vuurtje, en werd neergeschoten. Kuch overleefde ternauwernood, Stewart werd niet vervolgd.

Maar wat dit incident illustreerde was iets anders, namelijk de traumatische ervaring die dit was voor niet alleen de neergeschoten Kuch, maar ook de schietende Stewart. Want hij mocht dan wel binnen de wet gehandeld hebben, had zich oprecht bedreigd gevoeld door Kuch en had daarom zijn grond verdedigd, dat bracht hem geen enkel soelaas. Want een inbraak is al traumatisch; een ander mens geweld aandoen is, voor de meesten van ons toch, ook diep traumatisch. Toen de politie aankwam bij het huis van Stewart verdedigde hij zich niet voor zijn daad door te zeggen dat hij zich bedreigd had gevoeld. Hij was ook niet opgelucht dat hem niets was overkomen. In plaats daarvan begon hij te huilen en zei: ‘I could have given him a light.’

Advertenties

2 thoughts on “Over Fred Teeven, de wet en beschaving

  1. Erg goed gebracht en Teeven (en nog heel wat anderen) zouden het verplicht moeten lezen. Het is altijd jammer te moeten constateren dat mensen vaak even vergeten na te denken voordat ze schreeuwen. Van sommige mensen is het niet zo erg, maar als je een bepaalde positie hebt, dan mag toch van je verwacht worden dat je dat simpele principe wel toepast. Maar goed, van de VVD verwacht ik niet zoveel meer tegenwoordig. Die truc van de 130 km/u is ook diep en diep treurig…

    1. Dank voor je reactie! En wat je zegt, roeptoeteren is niet erg, maar een politicus zou beter moeten weten. En vind ook dat andere partijen veel te vaag reageren. Het is een vrij helder principieel verschil, zou niet zo moeilijk moeten zijn je daar helder over uit te spreken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s