FILM In memoriam Roger Ebert

Roger Ebert

‘Since Ashby does not show a pier, there is no pier.’ Er is geen zin waarvan ik als filmrecensent meer heb geleerd dan van deze zin van de gister op 70-jarige leeftijd overleden filmcriticus Roger Ebert. Hij heeft het over het eindbeeld van Hal Ashby’s Being There (1979), waarin we hoofdpersoon Chance (Peter Sellers) schijnbaar over water zien lopen. Toen hij de film besprak met zijn leerlingen opperde een aantal dat er een zandbank was onder water, wat Ebert furieus afwees. Want: als Ashby ons geen zandbank toont, is er geen zandbank. Hij voegde eraan toe: ‘a movie is exactly what it shows us, and nothing more’.

Hoe logisch dat ook klinkt, niets is zo moeilijk als enkel zien wat er te zien is. We zijn altijd geneigd onze betekenis in beelden en woorden te leggen (overigens exact waar Being There over gaat), vooral als dat de dingen kloppend en verklaarbaar maakt en vaak doen we dat onbewust. Maar volgens Ebert was de enige manier om over film te schrijven zowel feilloos te observeren wat de film toont als observeren welke gevoelens en gedachten het in je losmaakt. En over al die observaties moet je glashelder en eerlijk zijn. ‘Don’t fake it’ (Ebert 2011: 267*). En dus vijzelde hij aan zijn observatievermogen. Ruim zesenveertig jaar lang. Het maakte hem de bekendste en meest gewaardeerde filmrecensent aller tijden en in 1975 de eerste die de prestigieuze Pulitzer Prize won.

Roger Ebert en Gene Siskel
Roger Ebert en Gene Siskel

In maart 1967 ontbood Robert Zonka, redacteur van de Chicago Sun-Times, de daar toen al werkzame Ebert in zijn kantoor en deelde hem mee dat hij filmrecensent was. Hij werd het en hij bleef het. In 1982 kreeg hij samen met collega-recensent Gene Siskel een televisieprogramma, At the Movies, waarin ze films bespraken en mensen interviewden. Ze introduceerden ‘thumbs up/thumbs down’, om een film ofwel aan te prijzen of af te keuren. Siskel en Ebert stonden bekend om hun felle discussies, maar er was ook immens wederzijds respect en de twee voelden elkaar naadloos aan. ‘Gene Siskel and I were like tuning forks’, schreef Ebert in zijn autobiografie. ‘Strike one, and the other would vibrate at the same frequency’ (Ebert 2011: 313). In verschillende vormen en onder verschillende titels bleef het programma bestaan tot 2010. Na het overlijden van Siskel in 1999, aan de gevolgen van een hersentumor, ging de show verder met verschillende co-presentatoren.

In 2002 werd bij Ebert schildklierkanker ontdekt en in 2003 werd hij behandeld voor speekselklierkanker. Hij bleef in de tussentijd doorwerken, tot in 2006 een operatie aan zijn kaak mislukte en hij langs het randje van de dood scheerde. Hij onderging een aantal operaties om de schade te keren maar ook die mislukten. Ebert verloor een deel van zijn kaak en daarmee zijn spraak en vermogen zelfstandig te eten en drinken. Maar zijn stem verloor hij niet. Hij bleef schrijven, misschien wel meer dan ooit tevoren, bleef betrokken bij het televisieprogramma via geschreven recensies die werden voorgelezen en in 2011 verscheen zijn autobiografie, Life Itself. Een prachtig boek vol liefdevolle herinneringen en hilarische anekdotes, maar Ebert toonde in dat boek ook dat hij de open en scherpe blik waarmee hij naar film keek ook op zichzelf durfde te richten. Met zelfspot en zelfkennis schreef hij over zijn overgewicht, alcoholisme en ziekte.

Roger Ebert
Roger Ebert

In de laatste jaren schreef hij fervent op zijn blog, over herinneringen aan vroeger, zijn jaarlijkse filmfestival Ebertfest, en uiteenlopende onderwerpen die hem bezighielden. Ook schreef hij regelmatig over de actualiteit en was politiek uitgesproken. Zo pleitte hij na de schietpartij in een bioscoop in Aurora in een opiniestuk voor de New York Times voor strengere vuurwapenwetten en betwiste het zo vaak en gemakzuchtig opgeworpen verband tussen geweldsdelicten en gewelddadige films. Zijn laatste persoonlijke blog schreef hij twee dagen voor zijn overlijden. Hij schreef dat de kanker terug was en kondigde aan het rustiger aan te gaan doen. Hij sloot af met zijn bekende woorden: ‘I’ll see you at the movies’.

De kracht van zijn schrijven lag in het vermogen in weinig woorden veel te zeggen en in bijzinnen heel essentiële observaties te verstoppen. Zo wijdde hij in zijn recensie van The Words (Brian Klugman en Lee Sternthal, 2012) een zinnetje aan J.K Simmons, die in de film de vader van hoofdrolspeler Bradley Cooper speelt. Hij schrijft: ‘it’s funny how often you see Simmons playing someone in a movie and wish the whole movie was about him’. Het lijkt slechts een zijdelingse observatie, maar in die ene zin schetst hij stiekem de volledige acteercarrière van Simmons. Aan een paar woorden had hij genoeg om een wereld open te breken. Zoals met dit juweeltje van een zin over The Night of the Hunter (1955) van Charles Laughton, waarin twee kinderen moeten vluchten voor een geldbeluste neppriester: ‘this beautifully stylized sequence uses the logic of nightmares, in which no matter how fast one runs, the slow step of the pursuer keeps the pace’.

De priester in de film wordt gespeeld door Robert Mitchum, door Ebert zijn favoriete filmster genoemd. In zijn autobiografie wijdt Ebert een hoofdstuk aan Mitchum, maar in plaats van de man of zijn films te beschrijven, bestaat het grootste deel van het hoofdstuk uit een levendige beschrijving van een autorit die hij eens maakte met Mitchum en diens vriend Tim op weg naar de set van Going Home, waarbij ze constant verdwaalden en Mitchum ‘seventy-six trombones led the big parade’ voor zich uit zong omdat ‘we were either supposed to sing ‘Seventy-Six Trombones’ to remind us to take Seventy-Six or to remind us not to’ (Ebert 2011: 237).

Die aanpak, het simpelweg opschrijven wat er gebeurde, was Ebert’s beproefde methode voor het schrijven van bijvoorbeeld verslagen van een bezoek aan een filmset of festival. Maar ook interviews pakte hij onconventioneel aan. Vragen bereidde hij nauwelijks voor, hij gaf wat voorzetjes en liet de geïnterviewde praten, schreef alles letterlijk op en liet vooral ook alles gebeuren. Het leverde prachtige stukken op. Stukken die nu filmsterren steeds minder benaderbaar zijn en interviews zijn verworden tot ingestudeerde promotiepraatjes van een kwartier in een anonieme hotelkamer, eigenlijk nauwelijks meer zo geschreven kunnen worden als Ebert deed.

Roger en Chaz
Roger en Chaz

In 1992 trouwde hij met Chaz Hammelsmith, de liefde van zijn leven. Ze reisden veel samen, een van de passies van Ebert, die ervan hield altijd dezelfde plaatsen te bezoeken (Londen, Venetië) alwaar hij eindeloze wandelingen maakte en allerlei favoriete restaurants, winkeltjes en hotels ontdekte die hij vervolgens bij elke nieuwe reis opnieuw bezocht. Toen een vriendin aan Chaz vroeg wat ze hadden gedaan op huwelijksreis antwoordde Chaz: ‘“we visited Roger’s previous visits”’ (Ebert 2011: 136). Ook toen lopen en reizen niet meer ging en ziekenhuisopnames veelvuldig waren bleef ze standvastig aan zijn zijde. ‘To visit a hospital is not pleasant,’ schreef Ebert daarover, ‘To do it hundreds of times is heroic’ (Ebert 2011: 368).

Over de dood was hij nuchter. ‘Someday I will no longer call out, and there will be no heartbeat. I will be dead. What happens then? From my point of view, nothing. Absolutely nothing.’ (Ebert 2011: 415). Toen zijn dood gisteravond iets voor half tien bekend werd gemaakt door de Chicago Sun-Times lag binnen de kortste keren de site plat en stroomde Twitter vol met berichten. Wat opviel was het liefdevolle van die berichten. Ja, over de doden niets dan goeds, maar in het geval van Ebert was het bij leven ook al zo. Je kon het met hem oneens zijn, maar er zijn weinigen te vinden die hem niet respecteerden en er zijn er velen te vinden die hem bewonderden. Niet als standbeeld op een voetstuk, maar als mens. Dat hij per toeval recensent was maakte zijn liefde voor film niet minder groot en nooit leek het schrijven erover automatisme te worden. Misschien wel omdat hij begreep en voelde dat films kijken geen vorm van ontsnapping is, maar juist een toegangspoort tot nog meer levens. ‘Get a life’, zeiden mensen wel eens als hij vertelde dat hij filmrecensent was. Maar, schreef hij: ‘sometimes movie critics feel as if they’ve gotten everybody else’s.’ (Ebert 2011: 156)


*Alle citaten aangeduid als ‘Ebert 2011’ verwijzen naar: Ebert, Roger. 
Life Itself. New York: Grand Central Publishing, 2011.
De site van Roger Ebert, waar zowel zijn blog als recensies te vinden zijn: rogerebert.suntimes.com

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s