When the Wind Blows

De laatste weken is de Koude Oorlog retoriek terug van weggeweest. Een grote oorlog tussen Rusland en het Westen lijkt vooralsnog niet aan de orde, maar er zullen mensen zijn die onherroepelijk terugdenken aan de benauwende jaren ’70 en ’80, toen de Sovjet-Unie en Verenigde Staten elkaar in een wurggreep hielden en trachtten af te troeven met omvangrijke atoomprogramma’s. In 1982 bracht Raymond Briggs zijn stripboek When the Wind Blows uit, dat in 1986 werd verfilmd door de onlangs overleden animatiefilmmaker Jimmy Murakami. Boek en film vertellen over een ouder echtpaar in Groot-Brittannië, dat op de radio hoort dat een nucleaire aanval ophanden is.

When-the-Wind-Blows-1986De film begint als een lentebriesje. Het Britse platteland is lieflijk en zonnig, met slingerende paden en wuivend gras. Toch sluimert er angst. Het nieuws slaat dreigende taal uit en de Sovjet Unie zou elk moment een atoombom op Groot-Brittannië kunnen loslaten. De gepensioneerde James Bloggs houdt de berichten nauwgezet in de gaten en haalt overheidspamfletten in huis die instructies geven over wat te doen bij een nucleaire aanval. Zijn vrouw Hilda houdt zich liever bezig met het zetten van de koffie en afhalen van de was, maar laat haar man zijn gang gaan. De twee hebben de Tweede Wereldoorlog doorgemaakt. Zo’n nucleaire oorlog overleven ze dan ook wel.

James begint stap voor stap de instructies uit de pamfletten uit te voeren. Met deuren en matrassen maakt hij binnenshuis een beschutting, hij verft de ramen wit tegen de hitte, legt een rantsoen aan van water en bonen, ondanks dat zijn vrouw hem waarschuwt dat hij daar winderig van wordt. Veertien dagen zullen ze in die schuilplaats moeten blijven als de bom valt, om niet blootgesteld te worden aan eventuele radioactieve neerslag. ‘En wat als ik naar de wc moet?’, vraagt Hilda. ‘Daar moeten we een emmer voor gebruiken’, antwoordt James. ‘En wat als die vol zit?’ ‘Dan gooien we hem leeg in de wc.’

when-the-windEn dan valt de bom. Buiten de schuilplek is hun huis veranderd in een puinzooi. De radio werkt niet, er komt geen water uit de kraan en de telefoon doet het ook niet meer. Maar James en Hilda blijven opmerkelijk kalm. Het zal wel goedkomen, geloven ze, zo lang ze maar correct en volgens de overheidsvoorschriften handelen. Ze zetten thee met regenwater en vegen het stof en de scherven op een hoop. Hartverscheurend is de scène waarin de twee voor het eerst na het vallen van de bom de tuin inlopen. Ze mijmeren wat over de postbode, die vast wat later zal komen nu met die bom en vragen zich af wat die vreemde brandlucht is. Ze kijken naar de lucht en Hilda vraagt zich af hoe nucleaire neerslag eruit ziet. Intussen zoemt op de soundtrack van Roger Waters de dreiging en het eerst zo groen en serene Britse landschap is veranderd in een grauwe en ondoordringbare desolaatheid.

Marukami combineert allerlei animatietechnieken en een paar archiefbeelden en weet dit alles wonderbaarlijk soepel samen te smeden in een coherent geheel. Ontroerend zijn de korte herinneringen die we te zien krijgen. Van James en Hilda als kind in de schuilkelders tijdens de Tweede Wereldoorlog, of een montage van trouwfoto’s die wel iets wegheeft van de welbekende openingsscène van Pixar’s Up. Nadat de bom is gevallen doseert Murakami de misère met chirurgische precisie. Gruwelijke beelden zien we heel summier, maar de grauwheid is overweldigend en werkt des te beter in contrast met het knusse huisje en bestaan van de Bloggs.

When-The-Wind-Blows-4Die trachten intussen hun geroutineerde leventje terug op te pakken, maar stuiten daarbij op steeds meer problemen. Het water raakt op, net als hun eetlust. Daar komt nog bij dat James een splijtende hoofdpijn heeft en Hilda constant moet overgeven. Dat zijn slechts de zenuwen, houden ze zichzelf en elkaar voor. En weer dat mantra: het gaat wel over, zo lang we maar correct en volgens de overheidsvoorschriften handelen. James roept regelmatig dat hij morgen wel even medicijnen zal halen of brood, maar hij gaat nooit. Het zijn die details die erop wijzen dat James en Hilda wellicht niet zozeer naïef zijn, als wel in stilte hebben besloten de dood en het verderf geen erkenning te gunnen.

Want wat voor zin heeft het te beseffen dat die vreemde brandlucht van de verbrande lijken van de buren komt? Dat hun fysieke symptomen duiden op blootstelling aan radioactiviteit? En dat de overheid niet zal komen? When the Wind Blows is een film die je als kijker steeds verder de keel dichtknijpt. De fysieke aftakeling van de personages (bloedend tandvlees, haaruitval, huiduitslag), die ze zelf zo hard mogelijk trachten te bagatelliseren, is gruwelijk. Maar het is vooral de menselijkheid van het echtpaar die de film zo beklemmend maakt. De wijze waarop John Mills en Peggy Ashcroft de stemmen hebben ingesproken, met die typisch Britse onderkoeldheid, maakt hen vanaf het eerste ogenblik innemend en in alle deprimerende ellende ben je als kijker dankbaar dat ze tenminste samen hun afschuwelijke lot tegemoet gaan. Al maakt dat het einde nauwelijks draaglijker.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s