The Grand Budapest Hotel

the_grand_budapest_hotel_56135182_st_2_s-low‘There are still faint glimmers of civilization left in this barbaric slaughterhouse that was once known as humanity’, stelt monsieur Gustave tevreden vast nadat hij en zijn kompaan Zero uit de klauwen van een stel grijpgrage uniformen zijn gehouden door opperuniform Henckels. Die helpt Gustave en Zero echter niet omdat hij vindt dat zij gelijk hebben of omdat hij minder barbaars is dan zijn onderdanen, maar omdat hij Gustave kent van vroeger. Het is een geste van erkentelijkheid. Van beleefdheid jegens hen die ooit voor je zorgden. The Grand Budapest Hotel is een film over beschaving en het verval daarvan. Een film die je vrolijk maakt, ware het niet dat hij ook een tikje droevig stemt.

Beschaving heeft in de nieuwe film van Wes Anderson weinig te maken met ethiek. Monsieur Gustave, de door Ralph Fiennes briljant gespeelde conciërge van het befaamde en vooraanstaande Grand Budapest Hotel, vloekt, steelt en gaat met zijn hotelgasten naar bed. Als die althans rijk, oud, blond en behoeftig zijn. Hij is een toonbeeld van welgemanierdheid, maar dat betekent niet dat hij geen driften heeft die bevrediging behoeven. En daarin zit de crux. Beschaving is in The Grand Budapest Hotel geen vorm van morele suprematie, maar een vorm van beleefdheid. En het is precies die beleefdheid die het zwaar te verduren krijgt en een dilemma blootlegt. Beschaafdheid is in deze vorm niet af te dwingen (en dat moet je ook niet willen), maar je kunt je wel afvragen wat het betekent als beleefdheid het steeds vaker aflegt tegen onbeschoft opportunisme en de stoplap van zelfredzaamheid.

GHB_6852 20130121.CR2Paul Thomas Anderson onderzocht diezelfde beschaving in The Master, waarin Philip Seymour Hoffman een man speelt die krampachtig tracht zichzelf en zijn omgeving te vormen naar een ideaalbeeld van een mens gedreven door ratio. Deze Lancaster Dodd gelooft dat onze dierlijke (al zijn ze natuurlijk vooral ook menselijk) driften dit ideaalbeeld bedreigen en zodoende moeten worden geëlimineerd. Wanneer hij vanuit die overtuiging tracht van de getraumatiseerde Freddie Quell een beschaafd mens te maken, gaat deze, als een dier dat gekooid wordt, alleen maar harder tekeer. Iets wat ook tot steeds grotere scheuren leidt in het zorgvuldig geconstrueerde beschaafde voorkomen van Dodd. Dat Anderson toont dat beschaving een masker is, betekent echter niet dat we dat masker daarom moeten laten vallen. Het betekent vooral dat we van beschaving niet meer of minder moeten maken dan het is: een zeer nuttige vorm van zelfdiscipline.

Waar The Master zich afspeelt in het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog, daar situeert Wes Anderson zijn The Grand Budapest Hotel in Europa gedurende een tijd waarin het fascisme zich steeds nadrukkelijker manifesteerde. Een periode waarin alle beleefdheid overboord ging en het is de vraag of die in de decennia erna ooit nog werkelijk is teruggekeerd. Wes Anderson schetst de afbrokkeling van een samenleving waarin beleefdheid een deugd is en erecodes nog hoog worden gehouden. Wanneer Gustave in de hoek is gedreven door enerzijds de politie en anderzijds de nabestaanden van de schatrijke (en vermoorde) Madame D. belt hij de conciërge van een naburig hotel en via een indrukwekkend netwerk aan conciërges wordt Gustave uit de penarie geholpen. Al die conciërges staken direct hun bezigheden om de telefoon aan te nemen, gedreven door een saamhorigheid die voortkomt uit het kennen van je plek en je tegelijk niet tot die plek laten veroordelen. Ze zijn de sprankjes beschaving in het barbaarse slachthuis.

Digital Fusion Image Library TIFF FileThe Grand Budapest Hotel is gestructureerd als raamvertelling. Een jonge schrijver bezoekt het hotel jaren later en dineert met Zero die intussen mijnheer Moustafa is en eigenaar van het inmiddels vervallen hotel. Terwijl hij vertelt hoe hij als jonge piccolo onder de hoede kwam van Gustave komt de glorietijd terug tot leven, maar in het ‘heden’ waarin hij zijn verhaal doet is het hotel nog slechts een reliek. De film begint en eindigt met het beeld van een jong meisje dat bij een standbeeld van een overleden schrijver staat; de jonge schrijver die het verhaal van Zero Moustafa optekende in een boek wat het meisje in handen heeft. De verloren beschaving is niet langer een herinnering die in levende lijve kan worden verteld, maar een sprookjesboek. Een sprookjesboek dat door Wes Anderson in een film is gegoten die zich weliswaar voordoet als een verzameling leuke plaatjes, maar achter dat exact uitgebalanceerde en opgewekte voorkomen een sombere waarschuwing herbergt.

Trailer

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s