IDFA 2014

Een verslag van de documentaires die ik afgelopen anderhalve week zag op het IDFA.

Silvered Water, Syria Self-portrait (Ossama Mohammed, Wiam Simav Bedirxan, 2014)

1.Silvered WaterVoor Claude Lanzmann aan Shoah begon stelde hij zichzelf de vraag: ‘Als men wil getuigen, vindt men dan een nieuwe vorm uit of reconstrueert men?’ Silvered Water probeert het eerste. Uit filmpjes gemaakt door Syriërs – veelal met mobiele telefoons – tracht Syrisch filmmaker Ossama Mohammed (sinds een aantal jaar in ballingschap levend in Parijs) een nieuwe vorm van cinema te construeren. Een vorm die het verhaal van een volk verscheurd door oorlog kan vertellen. Dan komt de Koerdische activiste Simav op zijn pad. Zij stuurt hem een berichtje via Facebook en na hun initiële contact begint zij hem zelfgemaakte filmpjes te sturen vanuit Homs; zich tegen beter weten in richting haar oude huis begevend, filmend in een schooltje dat ze heeft ingericht in een leegstaand gebouw. Het is lastig de film als al dan niet geslaagd te bestempelen. De documentaire is een impressionistische aanslag op de zintuigen die worstelt met zijn eigen zoektocht naar vorm. En dat is tegelijk wat het zo indrukwekkend maakt.

 

Im Keller (Ulrich Seidl, 2014)

2. Im KellerOostenrijk en kelders. Het is een beladen combinatie. Tel daar Ulrich Seidl bij op en het is wachten op het perverse. We zien – dat spreekt voor zich – Oostenrijkers en hun kelders. Een vrouw die babypoppen tegen haar borst aan drukt en geruststellende woorden influistert om ze vervolgens op te bergen in dozen, een eigenaar van een schietvereniging die schiet op bewegende animaties van vogels en inbrekers, een man die in zijn kelder vol nazi-prullaria drinkgelagen houdt met de plaatselijke fanfare. En dan is er plots een naakte man die onder toeziend oog van een in een vormeloze trui gestoken en op knalroze nagels na kleurloze vrouw een wc schoonmaakt op een laten we zeggen onconventionele wijze. Even later doet hij de afwas terwijl er gewichten aan zijn geslacht hangen. Vanaf het moment dat we ons op dat Seidl-terrein begeven, komen we er ook nauwelijks meer af en dat is ergens zonde. Hoe fascinerend ook, het ondermijnt de subtielere verhaallijnen. Na afloop interviewt New York Times-recensent Nicolas Rapold Seidl en diens vrouw Veronika Franz over hun werkwijze. Zij mengen fictie en realiteit, want waarheid is niet slechts voorbehouden aan de non-fictie. Seidl zocht, zo stelt hij, naar een ambivalentie tussen de wereld van de woonkamer en die van de kelder. Want dat is waar Im Keller in wezen over gaat: het dubbelleven dat we wellicht allemaal in meer of mindere mate leiden. Het zichtbare leven tegenover het onzichtbare.

 

Les Plages d’Agnès (Agnès Varda, 2008)

3.Les Plages d'AgnesAls je mensen open zou maken, vind je landschappen, aldus Agnès Varda. En in haar geval zouden dat stranden zijn. Geboren in België als kind van een Franse moeder en Griekse vader groeide Varda in de jaren ’50 en ’60 uit tot een van de belangrijkste Franse vrouwelijke cineasten. Ze was tot diens dood getrouwd met Les Parapluies de Cherbourg-regisseur Jacques Démy en bevriend met onder meer Jim Morrison, Jane Birkin en Chris Marker (die in deze documentaire zijn opwachting maakt als geanimeerde rode kater), maar het onbetwiste centrum van deze autobiografische documentaire is de unieke hersenpan van Varda zelf. Ze kijkt om naar de voetstappen die ze heeft achtergelaten; haar films, haar kinderen. De documentaire is een combinatie van anekdotes, ontmoetingen en prachtige filmische scènes, overgoten met Varda’s liefdevolle en innemende verbeeldingskracht.

 

The Look of Silence (Joshua Oppenheimer, 2014)

4.The Look of SilenceOppenheimer´s The Act of Killing mag, slechts twee jaar oud, terecht al een klassieker heten. Opvolger The Look of Silence is een stuk conventioneler, maar daarmee niet minder indrukwekkend. We zien brillenverkoper Adi, wiens broer in 1965 op gruwelijke wijze werd vermoord door de Indonesische doodseskaders, op bezoek gaan bij de daders van toen. De leiders van nu. Zonder schaamte vertellen ze erover; hoe ze de vermeende communisten vermoordden en de lichamen dumpten in de rivier, hoe ze het bloed van hun slachtoffers dronken om niet gek te worden. Van verantwoordelijkheid willen ze echter niets weten, die is weggestopt in het systeem. De mannen ontkennen het verleden niet, maar wel het trauma. Ze begrijpen niet waarom Adi het verleden niet gewoon kan laten rusten en nemen hem kwalijk dat hij het lef heeft ernaar te vragen. Maar zoals Oppenheimer na afloop van de film stelt: ‘As long as the past can be used as a threat, it’s not past.’ Tot toenadering leidt de film dan ook niet, of het moet de voorzichtige spijtbetuiging zijn van een dochter, die aan Adi excuus aanbiedt voor de wandaden van haar seniele vader. Een ongemakkelijke omhelzing volgt. Na afloop geeft Oppenheimer aan dat hij niet van plan is een derde film te maken. ‘The third chapter is for the people.’ Daarin is nog een lange weg te gaan, getuige ook de aftiteling die vol staat met ‘Anonymous’ en het feit dat Oppenheimer inmiddels persona non grata is in Indonesië. Schrijfster en lector Intan Paramaditha legt de vinger op de zere plek wanneer ze schrijft: ‘the infrastructures that prevent Indonesians from contesting the official narrative of 1965-66 remain unchanged.’ Maar er wordt in Indonesië inmiddels wel gepraat. En dat biedt hoop.

 

Letter to Jane (Jean-Luc Godard, Jean-Pierre Gorin, 1972)

5.Letter to JaneIn 1972 reisde actrice Jane Fonda af naar Hanoi en bezocht daar leden van de Vietcong. Naar aanleiding van een van de daar gemaakte foto’s maakten Jean-Luc Godard en Jean-Pierre Gorin, die kort ervoor met Fonda de film Tout Va Bien hadden gedraaid, een filmisch essay waarin de bewuste foto minutieus wordt geDEconstrueerd in een brief aan Jane Fonda. In vijftig minuten problematiseren ze vrijwel elk aspect van de foto: de compositie, focus, expressie. Zelf benadrukte Fonda in een blog uit 2011 dat het ging om ‘a humanitarian mission, not a political trip.’ Maar dat ze, zoals ook Godard en Gorin betogen, werd gebruikt als politiek wapen en propagandamiddel valt toch lastig te ontkennen. Maar het ware pijnpunt dat zij aankaarten is interessanter dan dat. Het activistische sterrendom (denk ook aan Bono of Bob Geldof) is altijd problematisch, daarbij zijn de oprechtheid en motieven van de ster nauwelijks van belang. Het probleem zit daarin dat zij altijd de ster zullen zijn en daarmee de ander onzichtbaar maken, wat op deze foto zowel figuurlijk als letterlijk gebeurt (Fonda’s gezicht is het enige dat we in focus zien, de gezichten van de Vietcong zijn van de camera afgewend of wazig). We zien Jane Fonda weliswaar luisteren naar een Vietcong, in het afdrukken van de foto is zijn boodschap voorgoed verstomt.

 

Kisangani Diary (Hubert Sauper, 1998)

6.Kisangani Diary‘Voor onze ogen verschijnen de mensen die volgens de rapporten van de VN niet bestonden.’ Het is 1997, drie jaar na de genocide van de Hutu’s op de Tutsi’s, en documentairemaker Hubert Sauper reist mee met een VN-trein op zoek naar de tienduizenden Hutu’s die – vluchtend voor vergelding –verdwenen in de jungle van voormalig Zaïre. Doden en halfdoden liggen langs de spoorlijn, uit de jungle strompelen de zieken en hongerigen de trein tegemoet. Die beelden, zonder enig commentaar gebracht door Sauper, gaan door merg en been.  Ze echoën Joseph Conrad’s beroemde novelle Heart of Darkness, die een macabere expeditie beschrijft die – toevalligerwijs – ook eindigt in Kisangani. Sauper las het boek pas later en de gelijkenissen beangstigden hem: ‘Conrad’s story threw me back to that stinking, boiling jungle of nightmares and it made me realize how the dark truth never really changes, not in a hundred years.’ In Kisangani Diary zien we hoe de hulpverlening stroperig op gang en schrijnend tekort komt. Er worden twee kampen ingericht waar de vluchtelingen zich verzamelen, maar er is geen mankracht de kampen te bewaken. Enkele weken later worden ze onder vuur genomen. Velen komen om, zij die overleven verdwijnen opnieuw in de jungle.

 

Hotel of the Stars (Jon Bang Carlsen, 1981)

7.Hotel of the StarsWachten op de lift. Het is een mooie metafoor voor het bestaan van de residenten van het Montecito Hotel. Werd het hotel voorheen bewoond door sterren als Montgomery Clift en Sal Mineo, in de jaren ‘80 is het het habitat van figuranten wachtend op hun ogenblik in de schijnwerpers, hun moment in technicolor. Ze spelen scènes na uit Gone with the Wind en figureren bij Martin Scorsese’s Raging Bull en geven intussen hun ongefilterde mening over de wereld. Zoals George W. Scott (één letter kan veel verschil maken), die zich als een kluizenaar heeft teruggetrokken uit de volgens hem zieke en gevaarlijke wereld buiten het hotel: ‘it’s an outlaw society from the top down and the bottom up.’ Voor de meesten zal deze documentaire hun enige moment in de schijnwerpers blijven. De hotelbewoners zijn een verzameling excentriekelingen die als het ware de schaduwzijde van het sterrendom bewonen; margefiguren die in dezelfde lobby zitten, flaneren over dezelfde boulevards, maar er nooit hun handafdruk zullen achterlaten.

 

Von Caligari zu Hitler: Das deutsche Kino im Zeitalter der Massen (Rüdiger Suchsland, 2014)

8.Von Caligari Zu Hitler‘Wat weet cinema dat wij niet weten?’ vraagt Rüdiger Suchsland zich hardop af in deze documentaire. Via een analyse van de Duitse cinema vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog tot aan het bewind van Hitler tracht hij iets te zeggen over de sentimenten die op dat moment in de Weimarrepubliek leefden. Als vertrekpunt neemt hij het gelijknamige boek van cultuurcriticus Siegfried Kracauer uit 1947, die schreef ‘it is my contention that through an analysis of the German films deep psychological dispositions predominant in Germany from 1918 to 1933 can be exposed’. Hij was ervan overtuigd dat films de mentaliteit van een land reflecteren. De documentaire neemt ons mee langs het Duits Expressionisme van de jaren ’10 en ’20 en de Neue Sachlichkeit die daarvoor in de plaats kwam. Van de gevaarlijke professors als dr. Caligari en dr. Mabuse, die ‘de grenzen tussen autoriteit en waanzin vervagen’, tot de naïeve jeugdigheid van Menschen am Sonntag. Het is een fascinerende, zij het soms wat droge geschiedenisles, die soms net wat fermer dat naar boven had kunnen halen wat Kracauer ‘the unobtrusive, the normally neglected’ noemde. Want juist dat is wat cinema weet.

 

Those Who Feel the Fire Burning (Morgan Knibbe, 2014)

9.Those Who Feel the Fire Burning‘An endless void’, dat wilde maker Morgan Knibbe verbeelden. In zijn film kijken we door de ogen van een verdronken bootvluchteling. ‘Existence and non-existence are both alien to me’, spreekt die ons toe. De camera zwenkt door de nacht, speurt de gezichten af van hen die de overzijde wel levend hebben gehaald, maar net zozeer fantomen zijn. Allen ontdaan van een identiteit, een stem. Ze kunnen slechts nog fluisteren. En niemand die het hoort. De film voelt als een rusteloze koortsdroom, een afdaling in het vagevuur. Door een perspectief te kiezen dat zo anders is dan we kennen, zo weinig houvast ook biedt, snijdt Knibbe ons af van de ‘geruststelling’ van nieuwsreportages die het leed in een  kader dwingen en politiek die de realiteit laat verdwijnen achter cijfers. Those Who Feel the Fire Burning is een indrukwekkende en poëtische documentaire die eindigt in een schreeuw van wanhoop die op het punt staat in destructie om te slaan.

 

Democrats (Camilla Nielsson, 2014)

11.DemocratsAl vierendertig jaar wordt Zimbabwe geregeerd door Robert Mugabe. Vierendertig jaar waarin hij zich ontwikkelde tot een van de lastigst uit het zadel te wippen dictators. Verkiezing na verkiezing intimideert hij zich een ambtstermijn verder. Maar sinds 2008 vindt er een voorzichtige kentering plaats. In dat jaar sloten Mugabe en zijn tegenstrever Morgan Tsvangirai een akkoord tot het delen van de macht. Mugabe bleef president, Tsvangirai werd premier. Er werd een ambitieus plan geïnitieerd het volk een nieuwe grondwet te laten schrijven. Democrats volgt het jarenlange proces dat uiteindelijk leidde tot de in 2013 aangenomen nieuwe grondwet. Nielsson volgt Paul Mangwana van ZANU-PF en Douglas Mwonzora van MDC. Zij trekken door het land langs de bijeenkomsten waar Zimbabwanen hun zegje mogen doen. Maar het duurt niet lang voor de eerste geluiden opduiken van intimidaties en beïnvloeding van de bijeenkomsten en in de hoofdstad Harare komt het zelfs tot rellen. De documentaire richt zich niet op wat de grondwet voor het volk betekent, maar op de eindeloze besprekingen over de conceptgrondwet en vooral op de twee hoofdfiguren. Mangwana is een goedlachse minister die grote idealen wegwuift. ‘The game of politics is pretending’, zegt hij stellig. Mwonzora is daarentegen een bedachtzame, maar strijdbare man die ondanks alle tegenslagen blijft vasthouden aan zijn idealen voor een rechtvaardig en democratisch Zimbabwe. Maar zoals we Robert Mugabe al horen zeggen in de eerste scène van de film: ‘Democracies in Africa – it’s a difficult proposition.’ En de grondwet, die is nog steeds niet geïmplementeerd.

 

F For Fake (Orson Welles, 1973)

13.F for FakeEen wervelend filmisch essay van Orson Welles over echtheid. Of eigenlijk nepheid. Hij vertelt het verhaal van meestervervalser Elmyr de Hory die naar eigen zeggen meer dan duizend schilderijen van zijn hand verkocht als werken van grote meesters als Matisse en Modigliani. Wonend op Ibiza deed hij zijn verhaal bij Clifford Irving, die er een boek over schreef. Irving op zijn beurt, wellicht aangestoken door de guitige De Hory, bracht vervolgens een ‘autobiografie’ uit van Howard Hughes. Hij moest onder druk van Hughes’ advocaten toegeven dat het een hoax was. Welles beschrijft de geschiedenis als een goochelaar die ons inlaat in zijn geheimen en lardeert het verhaal met prachtige beelden en prikkelende vragen over ons verlangen te geloven in fictie en de vraag wat kunst kunst maakt en wat een verhaal een goed verhaal maakt. Hij stipt ook zijn eigen ‘meestervervalsing’ nog aan: zijn hoorspel van H.G. Wells War of the Worlds waarmee hij in 1938 menig Amerikaan de stuipen op het lijf joeg en de telefoonoperateurs een gedenkwaardige avond bezorgde.  De vertelstijl van Welles in F for Fake lijkt soms willekeurig, vol zijpaden en associaties, maar is dat stiekem nooit. Zoals bij elke goede goocheltruc blijven de draadjes en valluiken onzichtbaar en pijnigen we nog lang na afloop onze hersenen.

 

The Other Man: F.W. de Klerk and the End of Apartheid (Nicolas Rossier, 2014)

15.The Other ManVorig jaar zag ik op het IDFA Claude Lanzmann’s Le Dernièr des Injuste. In die documentaire interviewde hij Benjamin Murmelstein, de laatste voorzitter van de Joodse Raad in Theresienstadt. Hij liet Murmelstein zijn verhaal vertellen, alle discrepanties en contradicties incluis. Lanzmann gaf ons geen kader, probeerde de paradoxen niet op te lossen. Kijkend naar The Other Man besef ik hoe graag ik zou willen dat iemand F.W. de Klerk op die manier zou interviewen. De Klerk was de laatste president van de Apartheid, maar vooral ook de president die met Nelson Mandela de ontmanteling van dat systeem onderhandelde. Wie hem, inmiddels 78 jaar, aan het woord ziet, ziet een man die niet lijkt te worden gedreven door narcisme of opportunisme. Er schijnt oprechtheid door in hoe hij schetst hoe hij tot inkeer kwam en besefte dat het tijd was voor een nieuw Zuid-Afrika, maar tegelijk vertoont hij nog sporen van het rechts-nationalistische milieu waar hij uit kwam. Hij bood verontschuldigingen aan voor de gruweldaden van het Apartheidsbewind maar ontkent nog altijd iets te hebben geweten van de moorden die plaatsvonden. Maar The Other Man biedt onvoldoende ruimte aan de ambiguïteit in zijn verhaal. De documentaire is enorm veel tijd kwijt aan het opnieuw vaststellen van het kader; de historische feiten, chronologie, perspectief. Maar dat kader is al zo vaak geschetst, de rollen al zo vaak in perspectief geplaatst. En als je eenmaal op dat punt bent beland in de geschiedschrijving is het, naar mijn idee, tijd voor de verhalen van de individuen. En die verhalen moet je niet omlijsten met quotes van andere deskundigen, of tussentitels die belangrijke data opsommen. Die verhalen moet je laten bestaan in al hun contradictie en ambivalentie. Zoals Lanzmann deed. Gewoon twee uur lang De Klerk zijn verhaal laten doen. Wat had dat fascinerend kunnen zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s